Dan liever het niets.


Door: Menno van der Velde

Toen ik ze in een onbewaakt ogenblik op de tv voorbij zag komen, meende ik aanvankelijk dat het om een parodie ging. Een fragment uit een oude Jiskefet uitzending. Het was voorbij zonder te beklijven. Het onbehagen dat gewekt was, verdween even snel als het fragment zelf. Ik zou de hele zaak dan ook vergeten zijn, ware het niet dat ik ze wat later weer voorbij zag komen. En deze keer werd me duidelijk dat het helemaal niet ging om een pastiche. Hier was sprake van bloedige ernst. Vol ongeloof zag ik het aan. De uitzending liet me achter in een gemoedstoestand waarin ontzetting en woede om voorrang streden; ik was ontdaan en ernstig bevreesd voor de toekomst.

Wat ik net had aanschouwd was niet minder dan het voorportaal van de hel. Een plek waar bedlegerige, dementerende oude mensen in verpleeghuizen onverhoeds – en zonder zich daartegen te kunnen verweren – werden overvallen door clowns. De deur ging open en huppaté, daar sprongen een paar vrolijke clowntjes de kamer in. Voordat de demente bejaarde gelegenheid kreeg om van de schrik te bekomen was de clownerie al begonnen. Ik zag het met ontzetting aan. ‘Als dat gebeurt om het slachtoffer op te vrolijken, is dat al erg genoeg.’ dacht ik. Maar het was nog erger. De ambitie bleek verder te reiken. Het ging, zo werd verteld, om ‘belevingsgerichte zorg’, om het bieden van ‘warme contactmomenten’. “De clown haalt dementen uit het niets” werd de kijker voorgehouden.

Het werd mij zwaar te moede: in een visioen zag ik mezelf als verkreukelde oude grijsaard in een verpleeghuisbed liggen. Klein hoofd net boven de dekens. Heerlijk weg soezend in vage mijmeringen over toen; gebeurtenissen, landschappen, vrouwen, boeken, films, muziek…zeg maar, het vage niets en dan opeens “AAAHAAA…sapperflap wie hebben daar? Is dat niet meneertje Van Zessen Klaar?” Onderwijl zou ik – dement en niet verbaal vaardig – in wilde paniek zoeken naar iets om die clowns de deur uit te krijgen (want als ik ergens in mijn leven een godsgruwelijke hekel aan heb, dan is het wel aan clowns in alle soorten en maten en aan het clowneske in alle variaties. Als kleine jongen keek ik al vol verwondering naar het optreden van clowns. Ik voelde hooguit deernis. Later ging deernis over in weerzin en uiteindelijk moest ik vaststellen dat clowns in plaats van vrolijkheid, een diepe treurnis in mij wakker schudden).

Maar hoe doe je dat als je oud, dementerend, wilsonbekwaam en bedlegerig bent (en het niets prefereert boven ‘de lichtstraal’ die de clowns willen brengen)? Hoe schud je die van je af? Ik overwoog de mogelijkheden. Toch maar een geweer onder de dekens? Voor de zekerheid? Of pepper spray, of een stroomstootstok? Waarschijnlijk effectief, maar mogelijk iets buiten proportie. Want de mens achter de clown bedoelde het waarschijnlijk goed. Nee dan liever een meer humane oplossing. Een, die recht deed aan mijn zorgvuldig bewaakte image. Het vooruitzicht dat mijn naam in de herfst van mijn leven nog gekoppeld zou worden aan een krantenkop als ‘BEJAARDE VERMOORDT CLOWNS’ was niet in lijn met de publieke figuur van begripvolle, empathische, aardige man (ja, weten mensen veel!) die ik altijd heb nagestreefd.

Opeens schoot me te binnen dat er zoiets als een ‘reanimeer me niet’ penning bestaat. Als daar nou eens een variant van in het leven geroepen wordt? Een ‘geen clown aan mijn bed’ penning? Het burgerinitiatief ‘Uit vrije wil’ kan in korte tijd op veel sympathisanten rekenen. Dan moet een ‘clown-bezoek-mij-niet’ penning toch ook tot de mogelijkheden behoren? Ter bescherming van de weerlozen? Of niet? Twijfel. Zijn er mensen die er net zo over denken? Of sta ik alleen, als roepende in een woestijn van de bulderende lach? Noem het beroepsdeformatie, maar ik ken maar één manier om daar achter te komen. Een onderzoek. Wilt u helpen de haalbaarheid van zo’n penning vast te stellen, dan nodig ik u van harte uit:

http://www.noordam-devries.nl/onderzoek/clownaanhetbed/ 

Afgelopen donderdag las ik trouwens een bericht in het NRC Handelsblad dat een sprankje licht in mijn donkerste toekomvisioenen bracht. De clowns hebben concurrentie gekregen. Op een foto van Vincent van den Hoogen staat – zo blijkt uit het bijschrift – een bewoner van de psychogeriatrische afdeling van een zorgcentrum, als melkmeisje van Vermeer. Dit in het kader van het project ‘Stilleven met granaatappel’. Het bericht meldt verder dat dit soort projecten volgens de projectcoördinator een goede aanvulling op de normale behandeling vormen en dat ze allang verloren gewaande herinneringen oproept; “Op het gebied van kunst zit er nog zó veel kennis bij de mensen”. Dat klonk me als muziek in de oren. Komt het er dan toch nog van? Zal mijn lang gekoesterde wens om ooit de hoofdrol in het Zwanenmeer te dansen dan toch nog in vervulling gaan? Ik leg mijn tutu vast klaar.

Wat is schoonheid? Een onderzoek.


Door: Menno van der Velde

BalladGOOD NIGHT DEAR FRED, PLEASE GOD, 
IT WILL SOON BE GOOD MORNING,
MUM

Is het passend om aan een tekst op een oorlogsgraf te denken, als iemand je vraagt wat schoonheid voor je betekent? Ik weet het niet. Toch was deze tekst – waarschijnlijk omdat ik die vlak daarvoor gelezen had – het eerste dat me door het hoofd schoot toen Marius Hogendoorn vroeg waar ik schoonheid mee associeer. Hij stelde de vraag omdat hij bezig was met een vragenlijst over schoonheid. Hij wilde een onderzoek naar het fenomeen starten en was terrein aan het verkennen. Wat is schoonheid?250px-Gustonphilip

Zoals bij vele vragen moest ik ook nu het antwoord schuldig blijven. Verder dan een opsomming van wat me op dat moment te binnen schoot kwam ik niet: die trotse Spaanse vrouw destijds. Het schilderij  ‘Painting Smoking Eating’ van Philip Guston. Céline’s ‘Reis naar het einde van de nacht’. ‘The Ballad of Sexual Dependency’ van Nan Goldin. Ik kon de lijst moeiteloos aanvullen zonder het idee te hebben daarbij ook maar iets dichter bij de idee schoonheid zelf te komen. De opsomming was willekeurig. Inwisselbaar voor andere voorbeelden. Als er al een gemeenschappelijke noemer is die mijn voorbeelden delen, dan is het, dat het zelden mooi of verheffend is. Vaker wat melancholiek, soms regelrecht treurig, maar zonder uitzondering ontroerend. Werken van grote schoonheid. Vond ik.

Marius leek er niet door ontmoedigd. Sterker nog, ondanks het aantoonbare gebrek aan expertise op dit gebied – en mijn reputatie als non-valeur inzake het verhevene – werd ik door hem uitgenodigd om een stichting op te richten die zich ondermeer bezig zou gaan houden met entameren van onderzoek naar schoonheid. Laat ik eerlijk zijn; ik heb getwijfeld of ik in moest gaan op het verzoek. Vroeg me af ik daar wel de aangewezen persoon voor was. En ik niet alleen. Ook in mijn omgeving werd menige wenkbrauw omhoog getrokken. Jij? Maar toch…als niet-ingewijde heb ik het gedaan. Op dinsdag 12 mei 2009 om 17:23 uur precies werd de handtekening onder de oprichtingsakte geplaatst en zag de stichting die beoogt ‘de aandacht voor de uiteenlopende persoonlijke, maatschappelijke, culturele en religieuze aspecten van het fenomeen schoonheid te stimuleren’, het levenslicht.Beautyy

Ondanks mijn nobele rol als oprichter moet ik bekennen ik geen stap dichter bij enig begrip ben gekomen. Wat is schoonheid? Is schoonheid mooi? Goed? Is het zinvol de vraag te stellen? Ik weet het nog steeds niet. U? Is het iets dat u bezig houdt? Het onderzoek loopt nog. Als u daaraan deel wilt nemen; welkom!

Més que un club


Door: Menno van der Velde

In juni 2004 werd ik tot ridder geslagen. Althans, zo voelde het een beetje. Nick kwam langs, bracht een groot formaat glossy mee en gaf die cadeau. Het bleek te gaan om Four Four Two, een Engels voetbalblad met internationaal voetbalnieuws. 4_4_2_cover1Dat ik het van Nick kreeg, maakte het heel bijzonder. Hij is zijn hele leven al Gunner, supporter van het Londense Arsenal en voetballiefhebber van het zuiverste water. Dat juist Nick dit blad mee nam, betekende niet meer en niet minder, dan dat een ingewijde mij tot zijns gelijken rekende. Ik werd – ondanks mijn late bekering tot voetbalfan – erkend als kenner, en daarmee als gerespecteerd gesprekspartner in de ‘voetbalwereld’. 

Dat was drie jaar nadat ik voor het eerst in mijn leven een voetbalstadion betrad, op 13 mei 2001 om precies te zijn. Op die dag zag ik Ajax met 3 – 4 van Feyenoord verliezen. Desondanks werd ik Ajax supporter. En ben dat – tot grote verbazing en ongeloof van menigeen in mijn omgeving – gebleven. Met het spelletje op zich heeft dat niet eens zozeer te maken. Na  die dag werd ik gegrepen door ‘het voetbal’. En dat bleek zo veel meer dan twee elftallen op het veld die een wedstrijd spelen. Het was een kennismaking met een onbekende wereld. Voetbal openbaarde zich vooral als een sociaal fenomeen: het opende deuren. In figuurlijk zin dan, want ik bleek plotseling in staat om waar ook ter wereld met Jan en Alleman in gesprek te raken over van alles en nog wat; over kunst, politiek, literatuur fever-pitch5(“Jij moet Fever Pitch van Nick Hornby lezen!”), geschiedenis, cultuur, haat & liefde, leven & dood…en steeds was voetbal het startpunt. Zelfs mijn directe omgeving vermenselijkte. De eigenaar van de broodjeszaak bleek al jaren in hetzelfde vak te zitten. En sinds ik daar kaarten kocht, wist ook de sigarenboer: een Ajax-fan. Voor het eerst mijn leven hoorde ik, in de ogen van anderen, ergens bij. Vanzelfsprekende saamhorigheid.

In de Four Four Two van Nick stonden een aantal artikelen over FC Barça (FC Barcelona) die ik met grote belangstelling las. Ze gingen over de ongekende neergang en miraculeuze wederopstanding van de club. Mijn interesse werd niet in de laatste plaats gewekt omdat de verhalen parallellen vertoonden met zaken die wij in praktijk van ledenonderzoek tegenkwamen: met verenigingen in zwaar weer, leden die zich niet meer herkenden in ‘hun club’, besturen zoekend naar de weg naar boven. En altijd weer was een kardinale vraag: waarom zou iemand lid moeten zijn van deze vereniging?

Het herstel bij FC Barça werd ingezet met formuleren van een een duidelijk antwoord op bovenstaande vraag. De crises waarin de club in 2003 beland was, verleidde de ruim 100.000 leden (de socios), om voor het experiment te kiezen. Tegen alle verwachting in, werd Joan Laporta, 250px-joan_laportaadvocaat en leidsman van de oppositiegroep El Elefante Azul – die zich sterk maakte voor meer supportersdemocratie – tot president verkozen. Onder zijn leiding begint de wedergeboorte van Barça. De bedrijfsvoering en cultuur worden aangepakt. Maar misschien wel het belangrijkste is het antwoord op de vraag van wie en voor wie de club is. In de opvatting van LaPorta en de zijn zijnen: van de supporters. LaPorta daarover: “We wilden de essentie van de club herstellen. De sportieve waarden, de beleefdheid, het idealisme en het Catalanisme’..”We moeten solidair met de mensen zijn. Spelers moeten dicht bij de fans staan.” ..”Onze club is van de leden en wij hebben de verantwoordelijkheid naar hen toe om eerlijk en transparant te zijn.” Daarmee verwoordt hij de idealen die zo velen binnen en buiten Spanje altijd aan FC Barça zijn blijven verbinden. De club was ten tijde van de dictatuur van Franco het symbool van verzet tegen de repressie. En wil tot op de dag van vandaag een Catalaans baken voor vrijheid, humaniteit en respect voor andersdenkenden zijn. De wereldwijde aanhang (de club heeft de grootste supportersschare ter wereld) herkent zich in de slogan ‘Més que un club’, ‘meer dan een club’.mes-que-un-club

We spreken begin mei 2009. In Barcelona is voetbal tot Kunst verheven. FC Barça speelt de sterren van de hemel en het voetbalminnend publiek raakt niet uitgepraat over de schoonheid van hun spel. Het is zondagmiddag. Ik loop naar de Arena en weet me supporter van een club in mineur. Ik zie de spandoeken van de protesterende supporters, lees ‘Wij zijn er altijd voor de club, maar is de club er voor ons?’ en weet: deze supporters herkennen zich niet meer in ‘hun spelers’ en in ‘hun club’. Vragen: van wie is Ajax? Waar staat Ajax voor? Wat is de ziel van Ajax? Moet hier misschien eens een blauwe olifant door de porseleinkast? Wil de Amsterdamse LaPorta opstaan? Met het voorbeeld van Barça in het achterhoofd loop ik door in het besef de wederopstanding tot de mogelijkheden behoort. Dat voedt de hoop dat er een dag zal komen waarop ook Ajax weer meer dan een gewone club zal zijn en de supporters weer zeker weten waarom zij lid zijn van hun club.

David en Goliath aan de koffie


Door: Menno van der Velde

panamTot 30 maart 2009 werd mijn relatie tot corporate business vooral gekenmerkt door distantie. In mijn jeugdjaren associeerde ik ‘de zakenwereld’ met beelden die uit films waren blijven hangen; hoge gebouwen, veel glas (het ‘Pan Am-gebouw’ in New York was in mijn ogen hét symbool), bevolkt door mensen van een hoog Peter Stuyvesant-gehalte (dus internationaal opererende wereldburgers). peterstuyvesant_11Een gesloten wereld. Onbekend, spannend en ver weg. Later verbleekte het romantisch waas. Nederland bleek ook over corporate business te beschikken. Ja, zelfs over captains of industry. Maar hier leek de Hollandse nuchterheid en degelijkheid te regeren. Met uitzondering van een enkeling – zoals zelfverklaard ‘ordinaire containerboer’ Frans Swarttouw, de latere ‘Mr. Fokker’ – sprak de Nederlandse variant weinig tot de verbeelding. Wat bleef was de afstand. Het beeld dat ik van corporate business had was: groot, anoniem, calculerend, rationeel, koud. Tot maandag 30 maart 2009.

raj-patelIk ben te gast bij Raj Patel, CEO van Exact Software, en maak om negen uur ’s ochtends op het hoofdkantoor in Delft de aftrap mee van wat als ‘een normale werkdag van Raj’ werd geafficheerd. De uitnodiging om een dag mee te lopen volgt op de ontmoeting met Patel op de BID-dag. Daar beantwoordde hij, na het vertrek van eregast Richard Branson, nog wat vragen van mensen die bij de meet & greet met Branson aanwezig waren geweest. Wat mij trof in zijn antwoorden, was de grote rol die hij toekent aan emotie in het zaken doen. En dat verheugde en verbaasde me tegelijk. Het is prettig om eigen ideeën en gevoelens bevestigd te horen door anderen. Nog prettiger als dat gebeurt door iemand die kan bogen op kennis van zaken. De verbazing kwam voort uit het feit dat ik niet verwacht had een topman van een beursgenoteerde onderneming in die termen over het zaken doen te horen spreken. Emotie lijkt niet te passen bij de grootte en het anonieme, calculerende, rationele en kille dat ik de corporate business – dus ook Exact Software – had toegedicht.

Om 9:20 gaat ‘de gewone werkdag’ van Raj Patel van start met  een video conference met de regional managing director van APAC, de regio die Azië, Australië en Nieuw-Zeeland omvat. Deze conference blijkt de opmaat naar een dag vol (video)besprekingen met Exact-mensen van vestigingen wereldwijd. Nederland, Europa, het Midden-Oosten en Afrika komen voorbij en aan het eind van de dag volgen The Americas. Daar tussendoor laten andere directors hun licht schijnen op ontwikkelingen en vooruitzichten. Dat het hier om corporate business en om een global player gaat, wordt onderstreept door de voertaal: die is Engels. Ook voor de Nederlanders in de hoofdvestiging.

Nu, een week later, kijk ik met enige verwondering terug op een kennismaking die ik zonder meer als heel plezierig heb ervaren. Als Exact Software daarvoor een betrouwbare graadmeter is, moet ik erkennen dat de praktijk van corporate business in het geheel niet strookt met wat ik verwachtte. De gang van zaken bij  Exact lijkt in veel opzichten op hoe we hier te werk gaan: informeel en serieus, zakelijk maar met aandacht voor mensen. Ook de onderwerpen van gesprek, de afwegingen van voors en tegens, het verkennen van mogelijkheden, dat alles kwam me bekend voor. Voeg daarbij de ontspannen sfeer, de oprechte aandacht voor elkaar en de humor in de gesprekken.…ik voelde me thuis. Oh?..hoor ik u denken; dus Exact Software en Noordam & De Vries lijken als twee druppels water op elkaar? Nou, niet helemaal, want er zijn natuurlijk ook een paar kleine verschillen waar te nemen: de schaalgrootte, de topman en de koffie. Toegegeven: als bij het ene bedrijf meer dan 500 keer zoveel mensen werken als het bij andere, dan gaat niet om vergelijkbare grootheden. En opereren in veertig landen vraagt om andere kennis en vaardigheden dan van een nationale speler gevraagd worden.  Om van het verschil in omzet maar te zwijgen….en eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik in de topman van Exact op bepaalde punten mijn meerdere moet erkennen. Raj Patel beschikt over een verbazingwekkende feitenkennis. Bovendien ben ik, in vergelijking met de snelheid waarmee hij problemen analyseert, met argumenten tot simpele proporties terugbrengt, en vervolgens beslissingen neemt, een dromer. Maar op één punt durf ik de uitdaging met Exact wel aan: de koffie. 765033_cafe_loveMocht het ooit tot vergelijkend onderzoek komen, dan weet ik zeker dat de – door mij persoonlijk gezette – koffie van Noordam & De Vries met vlag en wimpel gaat winnen.  Hoe vriendelijk mij deze koffie ook werd geserveerd.

Actions speak louder than words


Door: Menno van der Velde

Afgelopen woensdag bezorgde een koerier tegen zessen nog een pakje. Een boek, naar bleek. De titel en naam van de auteur zeiden me niks. ‘Click’ van Bill Tancer. De tekst tussen titel en naam van de auteur ‘Unexpected Insights for Business and Life’ klonk veelbelovend, maar de omslag oogde nogal technisch. Bedrading? Een netwerk? Niet iets waar ik warm van wordt. Was dit een vergissing? Was dit pakje wel voor mij? Pas toen ik het boek nog eens ter hand nam en de subtitel ‘What Millions of People Are Doing Online and Why It Matters’ las, ging er vaag een bel rinkelen. Had ik niet onlangs iemand in lyrische bewoordingen een boek horen aanprijzen met de toevoeging “als onderzoeker moet je dat lezen?” Een paar minuten later was het duidelijk: het was een kado van Jos, onze systeembeheerder.

Omdat je een gegeven boek niet ongelezen in de kast mag zetten begon ik met enige reserve te lezen (‘dat kan toch niks voor mij zijn, zo’n technisch boek met waarschijnlijk hoofdzakelijk cijfermateriaal’). Vier dagen later kan ik het in de kast zetten. Gelezen. En gelouterd. Jos had gelijk. Voor onderzoekers zal dit boek van een collega-onderzoeker een feest der herkenning – en mogelijk inspiratie – zijn. Tancer beschrijft hoe een steeds sterker wordende online verbondenheid tussen (groepen) mensen leidt tot zichtbare veranderingen in onze dagelijkse leefwereld. Denk aan de dalende oplagen van kranten, aan het verdwijnen van winkels door de opkomst van online shopping, aan de muziek en filmindustrie die onder druk staan.

De opkomst van het internet en sociale netwerken op internet, zoals MySpace, Facebook  en Twitter hebben de interactie tussen mensen veranderd. Mede daardoor verspreiden ideeën en nieuwe trends zich met ongekende snelheid. Toch hoeft wat er gebeurt niet onvoorspelbaar te zijn. In zijn eigen variant op ‘goed luisteren’ toont Tancer aan dat nieuwe ontwikkelingen voorspeld kunnen worden door het bestuderen van zoekgedrag op internet. Zijn motto  ‘actions speak louder than words’. Tsja…waarom komt me dat zo bekend voor?.

‘Scale doesn’t matter – people do’


Door: Menno van der Velde

bransonMeet & greet met Richard Branson
Altijd al willen weten hoe Richard Branson een succesnummer maakte van zijn platenmaatschappij en luchtvaartmaatschappij Virgin? bizz biedt u die kans. Stel een vraag en win!

Prijsvragen? Laat ik altijd aan me voorbij gaan. Maar toen mijn oog half december 2008 op bovenstaande oproep in Bizz viel, leek dat de uitnodiging om een vaag voornemen uit het begin van de jaren negentig alsnog invulling te geven. De foto herinnerde me aan een paginagrote advertentie met het hoofd van Richard Branson in een Engels dagblad, met de kop: YOU ASKED FOR IT. Die advertentie had ik destijds bewaard omdat ik toen dacht ‘daar moet ik iets mee doen’. Maar dat ‘iets’ werd uiteindelijk niets. En onder het mom van ‘waarom ook niet’, stelde ik de vraag: of ‘goed luisteren’ – volgens de advertentie de basis voor het aangeboden product – voor Virgin nog steeds een onderliggend principe was.

Tussen kerst en oud en nieuw werd ik blij verrast met het bericht dat ik was geselecteerd voor de meet & greet. Ik werd door Exact Software uitgenodigd om op 20 januari deel te nemen aan BID, the Big Improvement Day, waar de top van het Nederlandse bedrijfsleven en overheid van gedachten zou wisselen over de thema’s Duurzaamheid & Energie, Ondernemerschap, Educatie en Leiderschap, en Richard Branson als gastspreker zou optreden.

Inmiddels kan ik met enige afstand terugkijken op deze dag. Het optreden van Branson haalde de landelijke pers toen hij inging op het verzoek van twee studenten om hen ‘een lift’ te geven naar Washington. bsbMaar belangrijker voor mij was de herkenning van gedeelde opvattingen over het leven en het zaken doen. In voorbereiding van de bijeenkomst las ik zijn boek ‘Business stripped bare’, Daarin spreekt over zijn ervaringen als hoofd van de Virgin Group, pleit hij voor kleinschaligheid, eerlijk zaken doen (‘no tricks’) en oog hebben voor uitdagingen op wereldschaal. Als hij het over succes heeft, stelt hij – enigszins tot mijn opluchting moet ik bekennen – dat ook geluk daarin een rol speelt. Maar uiteindelijk zijn het – en daar liggen we op een lijn – mensen die het verschil maken (‘Scale doesn’t matter – people do’). Zij bepalen hoe een organisatie zich ontwikkelt en of die tot bloei komt.  Door mensen ruimte en vertrouwen te schenken en te bemoedigen als dat nodig is, haal je het beste in ze boven. Goed luisteren naar hun ideeën, wensen en behoeften is een van de middelen om dat te bereiken.

http://www.exact.nl/blog/2009/01/ontmoeting-met-branson-stond-in-de-sterren/#more-1655

De Big Improvement Day krijgt voor mij nog een staartje. Na de meet & greet met Branson beantwoordde gastheer Rajesh Patel, CEO van Exact Software nog wat vragen. Hij benadrukte in zijn beantwoording vooral het belang van emoties in zaken doen. Een invalshoek die uitnodigt tot meer vragen. Onlangs hoorde ik dat ik de gelegenheid zal krijgen om die persoonlijk stellen, want ik ben uitgenodigd om hem in maart te ontmoeten. Daarover later meer.

Koffie en geloof


Door: Menno van der Velde

23-1-2009-21-02-18

“Ah…zie je wel…dat hebben we altijd al geweten.”

De vreugde van genoegdoening bij het lezen van het artikel over de effecten van koffie in de zaterdageditie van de Volkskrant. Het slechte imago van koffie is onterecht, zo blijkt uit recent wetenschappelijk onderzoek. Aan de juistheid van die conclusie wíl ik niet twijfelen. Rita Corita zong het destijds al Koffie, koffie, lekker kopje koffie, wat knapt een mens daar van op… En wordt haar gelijk bij ons niet dagelijks bewezen? Wij leggen de lat voor de kwaliteit van de koffie even hoog als voor de kwaliteit van onderzoek. Zonder goede koffie geen goed onderzoek. Koffie zetten is uitgegroeid tot een dagelijks ritueel. Mensen die al die aandacht overdreven vinden spreken al meesmuilend over de ‘koffiekerk’. Maar ingewijden menen dat onze devotie heeft geleid tot een kopje (of mok, of glas, of beker), dat de vergelijking met die van de Coffee Company’s, de Starbucks, de Costa’s en de Caffee Nero’s glansrijk kan doorstaan. Smaak en aroma zijn onovertroffen. Pretenties? Nee…wij ambiëren geenszins de titel ‘Barista di tutti Baristas’. Als eenvoudige onderzoekers scheppen wij genoegen in goede koffie en goede onderzoeksresultaten. Zeker als die onderstrepen wat wij al geloven, dan vinden ook wij ze maar al te waar.
P.S. Wij geloven overigens niet in dure verchroomde apparaten of hoge druk. Hier staat het papieren koffiefilter nog hoog in het vaandel. Het enige wat dan nog rest is de verse bonen tot fijnstof vermalen en vervolgens druppel voor druppel opschenken. In deze rust hebben wij meerdere ingevingen kado gekregen.